De leuze van de Vereniging voor Openbaar Onderwijs (VOO) is al jaren: 'Niet a-p-a-r-t, maar samen' naar de openbare school. Een openbare school die toegankelijk is voor iedereen, waarin samen wordt gewerkt op basis van respect en vertrouwen, ongeacht een andere achtergrond.
Veel ouders kiezen bewust voor de openbare school. Zij willen hun kind
opvoeden in een open opstelling ten opzichte van anderen. Zo'n opstelling
kun je pas ontwikkelen als je de ander leert kennen, begrijpen en waarderen.
Daarom staat de openbare school open voor iedereen, zonder onderscheid naar
godsdienst of levensovertuiging, naar seksuele voorkeur, ras of politieke
overtuiging of welk onderscheid dan ook. De openbare school wil verschillen
en overeenkomsten tussen kinderen als uitgangspunt nemen om de kinderen voor
te bereiden op het deelnemen aan de Nederlandse samenleving, waarin een brede
schakering voorkomt aan overtuigingen en levenswijzen.
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Kun je als openbare school waar maken,
dat iedereen, autochtoon en allochtoon, zich echt welkom voelt?
De verscheidenheid in Nederland neemt nog steeds toe. Scholen hebben te maken
met leerlingen die verschillen in levensbeschouwelijke, etnisch-culturele
en sociaal-economische achtergrond. Dat is niet makkelijk als je als school
ernst wilt maken met het principe dat iedereen tot zijn of haar recht moet
komen en zich welkom moet voelen op school.
Het openbaar onderwijs heeft hier overigens een traditie hoog te houden.
Steeds weer moet de openbare school zich verdedigen tegen het beeld dat het
openbaar onderwijs geen 'waardengemeenschap' vormt omdat het niet kiest voor
één bijzondere (confessionele) waardengemeenschap.
De openbare school wil vooral pluriform zijn en wel zo actief mogelijk.
Die pluriforme school is in principe neutraal, maar niet passief. Voor de
openbare school is essentieel dat allen respectvol en betrokken staan ten
opzichte van de verschillende levensbeschouwingen.
Om het plechtig te zeggen:
De waardengemeenschap van de openbare school is de waardengemeenschap van
door allen gedeelde waarden die in de Nederlandse grondwet en in de Universele
Verklaring van de Rechten van de Mens staan, waar met respect en een open
houding en vanuit het principe van gelijkwaardigheid met elkaar wordt omgegaan.
Bron: Maarschalkerweerd, Arno. De identiteit van het openbaar onderwijs. Waar staat dat voor, waar gaat dat voor? VOO-reeks 45, 2000.
De openbare school is actief pluriform en discrimineert niet. Wat wil dat zeggen? Als je dat wilt weten, moet je luisteren naar wat de mensen in het openbaar onderwijs belangrijke uitgangspunten voor hun onderwijs vinden. Waar ze zo ongeveer hetzelfde over denken. Als je dat gemeenschappelijke denken op een rijtje zet, dan blijkt het om het volgende te gaan:
De openbare school
De identiteit van de openbare school maak je niet zichtbaar met mooie woorden. Het zijn de mensen die de identiteit van de openbare school zichtbaar maken: de schoolleiding, de leerkrachten, het onderwijsondersteunend personeel, de ouders en de leerlingen. Zij moeten waar maken, waar de openbare school voor staat. Zij moeten de actieve pluriformiteit van het openbaar onderwijs vorm geven in de school.
Bron: Maarschalkerweerd, Arno. De identiteit van het openbaar onderwijs. Waar staat dat voor, waar gaat dat voor? VOO-reeks 45, 2000.
'Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan'.
Zo staat het in artikel 1 in de Grondwet. Zo geldt het ook voor het openbaar
onderwijs. De openbare school zal racisme en discriminatie actief bestrijden.
Over hoe je met mensen die discrimineren of racistisch zijn om moet gaan,
verschillen de meningen. Sommigen zullen de dialoog aan willen gaan. Anderen
zullen ervoor kiezen iedere vorm van discriminatie in woord of geschrift in
de kiem te smoren en zelfs te verbieden. Beide opvattingen hebben voor- en
nadelen. Ze hebben wel iets gemeen, namelijk de wens minderheden in school
en samenleving als volwaardige medeburgers te willen beschouwen en te beschermen
tegen vooroordelen en racisme.
Welke aanpak ook gekozen wordt, schoolleiding noch team zal in de school racisme, discriminatie of intolerantie dulden. En als je het bij je leerlingen niet duldt, dan zul je als leerkracht het bij jezelf al helemaal niet dulden. Respect voor elkaar is een van de kenmerken van de openbare school. Daar passen geen racisme, discriminatie en intolerantie bij.
|
Hoe stel je intolerantie vast? In The Threshold of Peace (UNESCO, 1997) staat een lijst indicatoren voor intolerantie. Worden veel van de onderstaande vragen met ja beantwoord, dan kan men zich zorgen gaan maken.
Uit: Leren respecteren, scholen voor een verdraagzame samenleving, P. Batelaan en G. van Hoof, APS, in samenwerking met de Nationale UNESCO Commissie en IAIE, Utrecht, 1998, pag. 53 |
Bron: Maarschalkerweerd, Arno. De identiteit van het openbaar onderwijs. Waar staat dat voor, waar gaat dat voor? VOO-reeks 45, 2000.
Een openbare school zal bij het kiezen van methoden en lesmaterialen niet alleen rekening houden met didactische en leerpsychologische kenmerken.
Ook andere criteria zullen gebruikt worden.
Bijvoorbeeld:
Bron: Maarschalkerweerd, Arno. De identiteit van het openbaar onderwijs. Waar staat dat voor, waar gaat dat voor? VOO-reeks 45, 2000.
Daarbij is steeds het grote misverstand geweest dat openbaar onderwijs, omdat het anti-ideologisch is, ook geen belangstelling zou hebben voor normen en waarden.En dat is volgens mij een absurde conclusie. Maar ik hoor hem soms wel bij mensen die zelf uit het openbaar onderwijs komen. Velen weten er moeilijk raad mee hoe dat nu zit met normen en waarden, omdat vanouds normen en waarden, moraal, opvattingen over wat juist is, wat goed is en wat kwaad is, altijd geassocieerd werden met godsdiensten. Mensen zonder godsdienst zouden dan ook mensen zonder moraal zijn. Niets is minder waar. (...)Maar waarom niet gewoon gezegd als openbaar onderwijs: daar gaan we voor, wij willen onze leerlingen tot verantwoorde burgers opvoeden. En dat betekent niet dat we ze voorschrijven met wie ze vrijen, hoeveel kinderen ze nemen en hoe ze uiteindelijk dood gaan. Maar het betekent wel dat we bij die handelingen die consequenties voor het geheel hebben, normen geven. (...)Het tolerantieprincipe is in een samenleving als de onze een buitengewoon lofwaardig moreel principe. Het grote misverstand dat er altijd weer bij geldt, is echter dat dat hetzelfde zou zijn als ethisch relativisme. Dat is niet juist. Tolerantie betekent dat je voor een aantal waarden gaat en die horen dan inderdaad bij die christelijk-humanistische traditie waarin wij staan, misschien nog meer de humanistische dan de christelijke, waarin we respect hebben voor individuen, waarin we willen dat mensen tot hun recht kunnen komen en waarin we willen dat mensen die uit de boot vallen weer in het zadel worden geholpen, om die wat kromme redenering te volgen. (...)
Bron: Dupuis, Heleen. Toespraak voor congres VOO, 13 juni 1998.
Drama betekent in het Grieks "handelen". In het dagelijks taalgebruik is het een synoniem van toneelspel. Toneelspel is afhankelijk van toeschouwers; drama in een combinatie met vorming is echter ruimer.
Een kind bootst de wereld om zich heen na in zijn spel of wijkt er nadrukkelijk van af, geeft er commentaar op, ironiseert die werkelijkheid of "vlucht" in een fantasiewereld. In het spel kan het kind de werkelijkheid om zich heen imiteren op zijn eigen wijze, dat wil zeggen vanuit zijn eigen emotionele beleving. Dit komt ten goede aan de identiteitsontwikkeling van het kind en zo leert het greep te krijgen op de omgeving. Tevens wordt binnen deze imitatie of dit doen-alsof een beroep gedaan op het voorstellingsvermogen, het gebruik van beelden en het combineren daarvan. Hierbij speelt zowel de verbale als non-verbale communicatie een rol.
Samenvattend gaan wij uit van de volgende omschrijving: "Dramatische vormgeving is het leren vormgeven aan de verbeelding van de speler door het eigen handelen, in woord en gebaar, van de speler binnen een fictieve werkelijkheid (spelsituatie)".
Bron: Bakker, I. e.a. Handreikingen voor openbaar onderwijs in de basisvorming. SBOO, 1993. Deel Basisonderwijs, hoofdstuk 3. Dramatische vormgeving en actieve pluriformiteit.
Dramatische spelvormen worden op verschillende wijzen toegepast in het onderwijs. We kunnen zes van die functies onderscheiden:
Bron: Bakker, I. e.a. Handreikingen voor openbaar onderwijs in de basisvorming. SBOO, 1993. Deel Basisonderwijs, hoofdstuk 3. Dramatische vormgeving en actieve pluriformiteit.
De recreatieve functie is van belang voor de actieve pluriformiteit in het onderwijs, omdat deze functie louter is gericht op het creëren van een plezierige en ontspannen sfeer. Dramatische vormgeving met deze functie is zeer geschikt voor de pauze en het laatste kwartiertje van de dag. Ook op deze momenten wordt duidelijk dat acceptatie, waardering, openheid en respect - houdingsaspecten van het begrip "actieve pluriformiteit" - noodzakelijk zijn voor een goede communicatie.
( )
Samenvattend kan worden gesteld dat dramatische vormgeving en actieve pluriformiteit een nauwe relatie met elkaar kunnen hebben. Vanuit haar verschillende functies geeft dramatische vormgeving inhoud aan het begrip "actieve pluriformiteit". Spelen met onze eigen werkelijkheid of met die van anderen, geeft ons de kans:
greep te krijgen op onze omgeving; anderen en onszelf te leren kennen; anderen te leren waarderen, accepteren en respecteren door kennis en inzicht te verkrijgen in het samenwerken, samenspelen en communiceren.Bron: Bakker, I. e.a. Handreikingen voor openbaar onderwijs in de basisvorming. SBOO, 1993. Deel Basisonderwijs, hoofdstuk 3. Dramatische vormgeving en actieve pluriformiteit.
De school biedt een leerplan dat jonge mensen optimaal voorbereidt op een plaats in het vervolgonderwijs en de multi-etnische, multiculturele samenleving.Artikel 10 Schoolplan
De school ziet er op toe dat het gebruikte schoolplan:
aansluit bij de belevings- en ervaringswereld van leerlingen van diverse afkomst; etnocentrisme vermijdt en een zo objectief mogelijk beeld geeft van diverse meningen, ideeën en wetenschappelijke verworvenheden, ook die van niet-westerse oorsprong; aandacht besteedt aan het bestaan, de oorzaken en de effecten van racisme, vooroordelen en discriminatie.
uitgaan van een multi-etnische samenleving, etnocentrisme vermijden en geen vooroordelen en stereotypen bevatten; begrippen en vaardigheden ontwikkelen die leerlingen in staat stellen kritisch met informatie om te gaan; er didactisch en methodisch rekening mee houden dat veel leerlingen meertalig zijn;Bron: Non-discriminatiecode voor het onderwijs. Gemeente Den Haag. Haags anti-racisme en -discriminatieteam. Den Haag, 1992. IV Onderwijsdoelstelling