Door onze redacteur
YASHA LANGE
AMSTERDAM, 11 DEC. Islamitische leerlingen van het Calandlyceum in
Amsterdam krijgen van de schoolleiding geen toestemming een leeg lokaal te
gebruiken om hun dagelijkse gebed te verrichten. De school is bang dat het
'openbare karakter' wordt aangetast, de leerlingen die willen bidden, vinden
het verbod "complete onzin".
De leerlingen hebben meerdere malen een verzoek ingediend. "Wij bleven maar
vragen om een plek. Het enige wat wij willen is de sleutel van een lokaaltje
waar we in de pauze, desnoods tussen de stoelen en de tafels, kunnen
bidden", aldus een van de leerlingen.
Het verrichten van het middaggebed is volgens de leerlingen een "religieuze
verplichting" die door hun aanwezigheid op school niet thuis verricht kan
worden. De leerlingen zijn "erg teleurgesteld" dat hun argumenten de
schoolleiding niet hebben overtuigd.
Volgens rector P. Dorsman van het Calandlyceum is het verzoek niet zomaar terzijde geschoven, maar door de directie uitgebreid besproken. "De leerlingen hebben in een gesprek met de conrector een toelichting gekregen." Dorsman vindt het "principieel niet juist" om leerlingen toestemming te geven op school te bidden. "Je moet een duidelijke lijn aanhouden. Wij zijn een openbare school. Godsdienst is iets wat je in je eigen tijd beleeft. Als zij willen bidden, dan doen ze dat maar thuis." De school heeft ook met het stadsdeel overlegd over de kwestie.
Dorsman vindt dat er een "grens getrokken" moet worden. "Die grens is de geloofsbeleving binnen de school." De rector benadrukt dat het Calandlyceum wel rekening houdt met het geloof van de leerlingen. "Wij gaan echt geen tentamens doen tijdens het suikerfeest. En als de leerlingen tijdens de ramadan iets eerder naar huis willen, kan dat ook." Ongeveer vijftig procent van de 1.500 leerlingen op het Calandlyceum in Amsterdam-West behoort tot een etnische minderheid. De school staat goed aangeschreven. Het Calandlyceum heeft afdelingen voor Mavo, Havo, Atheneum en Gymnasium.
Bron: NRC Handelsblad, 11-12-1999.
Vrijheid van godsdienst omvat niet alleen de vrijheid een geloof te
belijden maar ook om er van verschoond te blijven. Dit besliste het Federale
constitutionele gerechtshof van Duitsland vijf jaar geleden naar aanleiding van
een klacht van de (theosofische) ouders van schoolgaande kinderen in de
deelstaat Beieren. Zij beklaagden zich over de verplichte aanwezigheid van een
-plastisch vormgegeven- kruisbeeld in elk klaslokaal. Opdringen van
godsdienstige symbolen past niet bij het openbaar onderwijs, oordeelde het hof.
Welke boodschap bevat deze leerzame episode voor het -openbare- Calandlyceum in
Amsterdam-West? De schoolleiding weigert daar een lokaal ter beschikking te
stellen van islamitische leerlingen om zich in de pauzes te kunnen terugtrekken
voor hun dagelijkse gebeden. De stelling van de leiding is: bidden is een
privé-zaak, dat doe je maar thuis.
Als uitgangspunt valt daar weinig op af te dingen voor een openbare school in
een pluriforme samenleving met een scheiding tussen kerk en staat. Daarmee
corresponderen verschillende schijngestalten van de godsdienstvrijheid. De
harde kern (het recht welke levensovertuiging ook maar te koesteren) is
onaantastbaar. De openbare vormen van belijdenis zijn echter onderworpen aan de
beperkingen die de fundamentele neutraliteit van de publieke ruimte meebrengt.
Als dat strikt wordt genomen zou ook het dragen van hoofddoekjes van
school moeten worden gebannen. Een demonstratief karakter kan daaraan niet
worden ontzegd. De betekenis is natuurlijk niet voor iedereen gelijk maar heeft
in elk geval een connotatie van onderdanigheid van de vrouw die zich moeilijk
verdraagt met de grondwet. Toch verbiedt het Calandlyceum deze uiting van
levensovertuiging niet.
Er bestaat een grens tussen passief toelaten (hoofddoekjes) en actieve medewerking
(de sleutel van een klaslokaal), maar de publieke betekenis van deze
principieel verschillende varianten is precies omgekeerd. De biddende
leerlingen willen zich juist terugtrekken. Noem het een overblijflokaal en de
bidfaciliteit past vrijwel naadloos in het meest openbare schoolstramien. Maar
de rector van het Calandlyceum heeft gelijk: vroeger of later moet een grens
worden getrokken. Volgens sommige islamitische opvattingen hoort een school
aparte ingangen voor mannen en vrouwen te hebben.
Bron: NRC Handelsblad, 12-12-1999.
Door een onzer redacteuren
AMSTERDAM, 13 DEC. Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt het
onterecht dat een openbare school weigert een leegstaand lokaal ter beschikking
te stellen aan islamitische leerlingen, zodat zij daar in de pauzes hun
middaggebed kunnen verrichten.
Tweede Kamerlid M. Rabbae (GroenLinks) heeft schriftelijke vragen gesteld aan
staatssecretaris Adelmund (Onderwijs). Adelmund heeft de Onderwijsinspectie
gevraagd naar de zaak te kijken. Rabbae spreekt van een "overtrokken reactie
van de school".
Volgens Rabbae is er geen sprake van dat het ‘openbare karakter’ van de school
zou worden aangetast door leerlingen toe te staan te bidden in de pauzes.
D66-Kamerlid E. Lambrechts deelt die mening. C. Ross (CDA) vindt dat het "van
respect getuigt" om leerlingen te laten bidden op school. PvdA-Kamerlid S.
Dijksma vindt dat kinderen "de ruimte moeten krijgen". "Ik zie niet in wat
er op tegen is."
Het bevoegd gezag over het Calandlyceum ligt bij het Amsterdamse stadsdeel
Osdorp. De wethouder onderwijs van het stadsdeel, P. Jansen, deelt de opvatting
van de school. "Wij staan er nog steeds achter, maar we zullen het wel morgen
bespreken in het stadsdeelbestuur." Het Calandlyceum is van mening dat er
een "grens moet worden getrokken" en dat "leerlingen maar thuis moeten
bidden en niet op school".
Verschillende Kamerleden vrezen dat een verbod op bidden op school de vorming
van islamitische middelbare scholen in de hand werkt. Er zijn op dit moment in
Nederland geen islamitische middelbare scholen, de eerste wordt volgend jaar in
Rotterdam geopend. De Kamerleden vinden de vorming van islamitische scholen
niet goed voor de integratie van etnische minderheden.
De Amsterdamse wethouder Onderwijs, J. van der Aa, is het zeer oneens met de
opstelling van de rector van het Calandlyceum en heeft zijn mening kenbaar
gemaakt aan het schoolbestuur. Van der Aa is oud-rector van het Calandlyceum.
Hij vindt dat de huidige schoolleiding "er geen principekwestie van moet
maken". "Geen enkele school in Amsterdam doet bijvoorbeeld nog moeilijk
over hoofddoekjes", aldus Van der Aa.
Bron: NRC Handelsblad, 13-12-1999.
'Bidden doe je thuis, niet hier op school'
Van onze verslaggever
DEN HAAG
Is het verstandig als openbare scholen islamitische leerlingen
gelegenheid bieden in de pauze in een apart lokaal te bidden? Of wordt daarmee
het openbare karakter van de school aangetast? Het Calandlyceum in Amsterdam
vindt dat laatste.
Een kleine groep vrouwelijke leerlingen op het lyceum vraagt al jaren om in de
middagpauze te mogen bidden in een lokaal dat dan toch leegstaat. Zij zien dat
als een religieuze verplichting. Maar rector P. Dorsman wil daar niet aan. 'Een
openbare school staat open voor alle gezindten. Alle leerlingen moeten zich
hier thuis kunnen voelen. Godsdienst is iets wat je in je eigen tijd beleeft.
Bidden doe je maar thuis.'
Het Calandlyceum in de wijk Osdorp heeft ongeveer 1500 leerlingen, van wie de
helft tot een etnische minderheid behoort, merendeels moslims. De school, die
mavo, havo, atheneum en gymnasium omvat, staat goed bekend. Volgens Dorsman is
de verhouding tussen de verschillende groepen uitmuntend. 'We zijn zo
multicultureel als maar kan.' Islamitische kinderen mogen tijdens de juist
begonnen vastenmaand ramadan vroeger weg om op tijd te zijn voor de maaltijd
als de zon ondergaat. Het kerstdiner is zelfs afgelast, omdat kerst dit jaar
midden in de ramadan valt.
De meeste partijen in de Tweede Kamer reageren terughoudend op het geschil. Zij
vragen zich af of dit een zaak van de politiek is. PvdA, CDA en GroenLinks
maken zich echter wel grote zorgen. Zij vrezen dat als meer openbare middelbare
scholen zich zo opstellen, de behoefte aan islamitisch voortgezet onderwijs zal
toenemen. En dat is weer slecht voor de integratie. Op het ogenblik is er al
wel een dertigtal islamitische basisscholen. De eerste islamitische middelbare
school opent volgend jaar in Rotterdam de deuren. GroenLinks-Kamerlid Rabbae
wijst erop dat ook allerlei bedrijven en banken gebedsmogelijkheden bieden.
'Daar worden het toch geen islamitische bedrijven en banken van?'
VVD en D66 kunnen zich wel wat voorstellen bij de weigering van de
rector. 'Ik ken de motieven van de rector niet', zegt VVD-Kamerlid Cornielje.
'Maar misschien heeft bij hem een rol gespeeld dat als er te veel allochtonen
op zijn school afkomen, dat ook weer niet goed is voor de integratie.'
D66-Kamerlid Lambrechts zegt dat de islam meer dan andere godsdiensten het
dagelijks leven beïnvloedt. 'Dan doet zich op een gegeven moment de vraag voor
hoever je daarin moet meegaan.'
Anders dan in Frankrijk, waar elke religieuze uiting verboden is in het
staatsonderwijs, zijn de regels in Nederland soepel. De Schoolstrijd van begin
deze eeuw resulteerde in gelijkstelling voor de wet van religieuze en openbare
scholen. Maar dat betekent niet dat religie in openbare scholen taboe is.
Vice-voorzitter De Jong van de onderwijsbond van de christelijke
vakcentrale CNV zegt dat openbare basisscholen, als een groep ouders dat wil,
bijvoorbeeld verplicht zijn godsdienstonderwijs toe te staan. 'Volgens de wet
moet daarvoor zelfs een verlicht en verwarmd lokaal ter beschikking worden
gesteld.' Wel moeten de ouders zelf de godsdienstonderwijzer betalen.
De Amsterdamse wethouder Van der Aa, die tussen 1984 en 1994 rector van het
Calandlyceum was en nu onderwijs in zijn portefeuille heeft, heeft geen goed
woord over voor de opstelling van zijn opvolger. 'Ik ben een groot voorstander
van openbaar onderwijs. Maar dan moet je juist wel openstaan voor alle
religieuze en culturele uitingen. Geen enkele school in Amsterdam doet
bijvoorbeeld nog moeilijk over hoofddoekjes.'
Volgens Van der Aa kreeg in zijn tijd een wat oudere islamitische leerling op
het Calandlyceum al een apart kamertje tot zijn beschikking om te bidden. 'De
schoolleiding, inclusief Dorsman, vond dat toen prima.'
Bron: de Volkskrant, 13-12-99.
Het is niet verstandig van rector Dorsman van het openbare Calandlyceum in Amsterdam om geen gelegenheid te geven aan een kleine groep islamitische meisjes op school te bidden in een leegstaand lokaal. De rector meent dat godsdienst een privé-aangelegenheid is: `Bidden doe je maar thuis'.
Kenmerkend voor de benadering van Dorsman is ook dat hij het kerstdiner heeft afgelast, omdat kerst midden in de ramadan valt. Kennelijk wil het Calandlyceum zijn neutraliteit bewaren door angstvallig elke religieus getinte activiteit te weren.
Terecht meent Dorsmans voorganger, de tegenwoordige PvdA-wethouder Jaap van der Aa, dat de openbare school open moet staan voor alle religieuze en culturele uitingen. Het openbaar onderwijs moet niet passief neutraal zijn, maar actief pluriform. Als ontmoetingsschool kweekt de openbare school begrip voor levensbeschouwelijke overtuigingen van anderen. Maar dat veronderstelt wel dat die overtuigingen ook zichtbaar zijn.
Op veel openbare scholen wordt godsdienstonderwijs en humanistisch vormingsonderwijs gegeven. Dit onderwijs vindt plaats buiten de gewone lessen en onder verantwoordelijkheid van een levensbeschouwelijk genootschap. Daarmee biedt de openbare school leerlingen op vrijwillige basis de mogelijkheid in contact te treden met vertegenwoordigers van geestelijke stromingen. Ook niet-christelijke kerken zouden meer van deze mogelijkheid gebruik kunnen maken.
Levensbeschouwelijke vorming is natuurlijk iets anders dan een gebedsoefening. Strikt genomen heeft rector Dorsman de bevoegdheid om toestemming voor het gebed te weigeren. Maar het blijft onverstandig om een diep gevoelde, gemakkelijk te realiseren wens van een groep leerlingen, niet in te willigen.
Het valt toe te juichen wanneer islamitische ouders bewust kiezen voor het openbaar onderwijs. Actieve pluriformiteit bevordert de integratie in de Nederlandse samenleving. Maar dat betekent wel dat aan elke levensovertuiging evenveel recht wordt gedaan. Islamitische kinderen moeten zich thuis kunnen voelen op de openbare school zonder hun geloof te hoeven te verloochenen.
Het bijzonder onderwijs gaat uit van één specifieke godsdienst of levensovertuiging. Om die identiteit te kunnen handhaven zal de bijzondere school aan andersdenkenden nooit een gelijkwaardige positie toekennen. Uiteraard geldt de vrijheid van onderwijs onverminderd voor islamitische ouders en leerlingen. Maar het zou jammer zijn wanneer zij in Amsterdam hun toevlucht moeten zoeken tot scholen met de koran, omdat het openbaar onderwijs onvoldoende gastvrij is.
Bron: de Volkskrant, 14-12-1999
In het openbare middelbare onderwijs wordt uiteenlopend gedacht over faciliteiten voor bidden op school. Een rondgang.
J. Hoekstra. voorzitter van de vereniging openbaar onderwijs (V00):
De VOO bewaakt de identiteit van openbare scholen. "Als het gebed geen
demonstratief karakter heeft, is er weinig op tegen. Als een katholieke
leerling voor het eten een kruisje slaat, dan valt niemand dat op. Dus moet een
islamitische leerling dat ook kunnen, maar dan op zijn manier. Ze doen dat nu
eenmaal wat opvallender dan de christelijke en katholieke wijze van bidden. Het
wordt pas problematisch als het een grote groep wordt, die op een opvallende
plek in de school zijn matjes uitrolt en luidruchtig gaat bidden."
K. Loggen, locatieleider van de Meerstroom in Utrecht (mavo/vbo):
"Ik heb verzoeken tot gebedsruimte
verschillende keren ingewilligd. Het was totaal geen issue. Natuurlijk kon dat.
Op een openbare school is iedereen welkom, ongeacht zijn geloof. Wij staan ook
toe dat leerlingen wat eerder naar huis gaan tijdens ramadan, omdat het zo
vroeg donker is. Je moet zulke zaken per geval bekijken en praktisch zijn:
hoofddoekjes mogen bijvoorbeeld niet tijdens gym, maar verder wel. De
pluriformiteit van openbare scholen spreekt mij meer aan dan de neutraliteit.
Wij zijn met heel veel etnische groepen in een school en moeten vreedzaam met
elkaar samenleven. De omgangsvormen zijn ook belangrijk: islamitische jongens
kunnen niet vanuit hun geloofsovertuiging weigeren om een vrouw een hand te
geven, bijvoorbeeld. Ik zou ook niet willen dat een groep demonstratief gaat
bidden. Maar de echte grens ligt voor mij bij bekering, bij folders uitdelen.
Dat kan absoluut niet op een openbare school."
A. Knoet, rector van het Stedelijk Dalton Lyceum in Dordrecht:
Het Dalton Lyceum heeft leerlingen
van in totaal 52 nationaliteiten. "De vraag is of je geloofsbelijdenis in
school wil halen - van welk geloof dan ook. Wij hebben de vraag om een
gebedsruimte nog nooit gehad en ik weet niet hoe ik 'm zou beantwoorden. Bij
ons mogen alle groepen wel hun hoogtijdagen vieren - kerst, het suikerfeest van
de moslims en het lichtfeest, als de Hindoes dat zouden willen. Onze gymleraren
houden wel rekening met het vasten tijdens ramadan. Dat is geen beleidsregel,
eerder een praktische kwestie. Maar feestdagen zijn van een andere orde dan
liet dagelijkse gebed."
M. Beertema, rector van het Calandlyceum in Rotterdam:
"We hebben hier zoveel
nationaliteiten rondlopen, ik zou het niet van deze wereld vinden om geen
rekening te houden met hun geloofsbeleving. Leerlingen hebben nog nooit
gevraagd om een lokaal om te bidden, maar we zouden het geen probleem vinden.
Wel zouden we het kenbaar maken, zodat leerlingen met een andere religieuze
achtergrond weten dat voor hen die ruimte er ook is. Voor ons betekent openbaar
onderwijs dat we respect hebben voor iedereen. Daarom hebben we voor het
suikerfeest aan het einde van de ramadan de schoolonderzoeken uitgesteld.
Kerstmis is bij ons geen christelijk feest maar een multicultureel
'eindejaarsfeest' met internationale hapjes en muziek. Omdat een aantal
islamitische leerlingen dan vast vanwege de ramadan, hebben we voor hen een
apart lokaal ingericht waar ze een film kunnen bekijken."
R. Bunk, rector van de Thorbecke Openbare Scholengemeenschap in
Rotterdam:
"Op onze school zitten veel
topsporters, dus we zijn gewend om te anticiperen op individuele wensen van
leerlingen. We hebben de vraag om te bidden nog niet gehad, maar we zouden
zeker een oplossing vinden. Wij zien een openbare school als een plek
waarbinnen kinderen met verschillende religieuze achtergrond met elkaar in contact
kunnen komen."
R. Schenk, directeur van het Stedelijk College in Zoetermeer:
"Ik ben het met het Amsterdamse
Calandlyceum eens: het gaat om een principiële kwestie. Het geven van
gelegenheid voor godsdienstbeoefening, ook al is het een leegstaand lokaal,
behoort niet tot ons takenpakket. Nee, dat is niet uit angst voor escalatie.
Het is gewoon niet onze core business. Vindt u dat star? Het dragen van een
kruisje, sterretje of hoofddoekje staan we toe. Dat zijn ook uitingen van
religie. Maar daarmee loop je elkaar niet voor de voeten. Ik vind dat onze
school over het bidden op school ook een standpunt moet innemen, ik ga dat deze
week agenderen in het bestuur en de medezeggenschapsraad. Want wie bidden toestaat,
zet een trend.
Wij vieren wel kerstmis op school, maar daar zit geen religieus aspect in. We
hebben een bijeenkomst met een kerstontbijt en een optreden van de
docentenband."
L. Spelt, rector van het Valleicollege in Amersfoort:
"Zolang het instituut openbare
school beslaat, moet ik kiezen voor de lijn van het Calandlyceum: geen enkele
religieuze groepering krijgt een gebedsruimte. Je kunt kiezen voor
pluriformiteit, maar dan is wel de consequentie dat je ons hele stelsel op zijn
kop zet. Daar ben ik overigens wél voor. Die verzuiling, dat moeten we maar
eens gehad hebben."
Bron: NRC Handelsblad, 15-12-1999.
Calandlyceum hoeft geen gebedsruimte te openen
DEN HAAG - Het Amsterdamse Calandlyceum hoeft geen lokaal beschikbaar te stellen voor islamitische leerlingen die willen bidden. Volgens staatssecretaris K. Adelmund van Onderwijs heeft de openbare school niet tegen de wet gehandeld toen het begin december een verzoek daartoe afwees. Adelmund zegt dit in antwoord op vragen van Kamerlid M. Rabbae (GroenLinks).
Bron: de Volkskrant, 10-01-2000.
In Amsterdam vroegen enkele Islamitische leerlingen van het Calandlyceum een rustige ruimte om in de pauze te kunnen bidden. Het verzoek werd door de schoolleiding niet gehonoreerd. Het VOO-hoofdbestuur nam een ander standpunt in en bracht dat via de media desgevraagd naar buiten. RTL4, het Reformatorisch Dagblad en de NRC benaderden de VOO. Het hoofdbestuur vindt dat er in een openbare school wel ruimte moet zijn voor een dergelijk verzoek. Wanneer het lesprogramma niet wordt beïnvloed, de ruimte niet een echte gebedsruimte wordt, de Imam er buiten blijft en het bidden geen demonstratief karakter krijgt, past individuele geloofsbeleving in de openbare school. Het moet dan wel blijven lijken op het bekende ogenblikje stilte voor een maaltijd, dat wordt gevraagd als er gezamenlijk wordt gegeten of gelovige leerlingen zelf in de middagpauze in acht nemen.
Bron: Standpunt Vereniging Openbaar Onderwijs, 17-1-00
Bidden op openbare school moet mogen
Leerlingen van het openbare Calandlyceum in Amsterdam-Osdorp mogen wel bidden op school. Dat zegt staatsrechtgeleerde prof. mr. dr. D. Mentink van de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Mentink is gespecialiseerd in onderwijsrecht en is ook lid van de Onderwijsraad.
De vraag of islamitische leerlingen van een openbare school in een leeg lokaal mogen bidden, om zo te kunnen voldoen aan de religieuze voorschriften, is een heftig onderwerp van gesprek geweest. Kamerleden gaven hun mening en het stadsdeelbestuur van Osdorp, dat het bevoegd gezag van deze openbare school is, vergaderde er over. ‘Het Calandlyceum is een openbare school. Het kenmerk daarvan is dat ieder lid van de schoolgemeenschap respect heeft voor elkaars levensovertuiging maar dat de actieve geloofsbeleving niet op school kan plaatsvinden’, aldus een persbericht van het stadsdeelbestuur.
Prof. Mentink vindt dat bidden op school moet mogen, ook al is het op een openbare school. Kinderen moeten ook binnen schooltijd kunnen bidden, vindt hij. Dat bidden in een schoollokaal waar het hierover gaat, is een opgerekte variant van het godsdienstonderwijs. Er kan geen twijfel over bestaan of dat kan. De school moet de gelegenheid daartoe geven. De openbare school is pluriform, zo staat het in de Grondwet. Dat betekent dat het schoolbestuur zich niet met de godsdienst bemoeit, maar dat het wel gelegenheid moet geven tot het volgen van godsdienstonderwijs, aldus Mentink.
Pluriforme samenleving
De pluriformiteit van de openbare
school blijkt echter een lastig te hanteren begrip, getuige de incidenten rond
leerlingen en stagiaires met hoofddoekjes, waarbij in alle gevallen de
hoofddoekjes uiteindelijk werden toegestaan. De vraag van de pluriformiteit is
overigens niet alleen relevant in verband met hoofddoekjes of bidden op school,
maar komt binnenkort ook aan de orde in de discussie over de
samenwerkingsschool, waarbij een openbare en een bijzondere school samengaan.
De Onderwijsraad heeft een advies over de samenwerkingsschool in voorbereiding.
Bron: Binnenlands Bestuur van 17 december 1999, nr. 50
Bron: MR-Actueel, februari
2000.
Het Calandlyceum te Amsterdam (Osdorp) hoeft geen klaslokaal beschikbaar
te stellen als gebedsruimte waar leerlingen tijdens pauzes kunnen bidden. De
Commissie gelijke behandeling oordeelt dat de schoolleiding geen onderscheid
maakt op grond van godsdienst door een verzoek daartoe van twee islamitische
leerlingen te weigeren. De school handelt dus niet in strijd met de Algemene
wet gelijke behandeling (AWGB).
Het Calandlyceum is een openbare school. Op grond van de AWGB mogen leerlingen
op school wel uiting geven aan hun religie, bijvoorbeeld door het dragen van
een kruisje of een hoofddoek, of door te bidden tijdens de pauze. Een school
mag dat niet verhinderen. Ze hoeft haar leerlingen echter geen extra
faciliteiten te bieden om de godsdienst te kunnen belijden of beoefenen. Het
recht op gelijke behandeling gaat namelijk niet zo ver dat een school daar
actief een rol in moet hebben.
De leerlingen willen dat de school een klaslokaal ter beschikking stelt, zodat
ze daar in de pauzes kunnen bidden, De school weigert dit. De Commissie
oordeelt dat het aanbod van onderwijs in het algemeen ook inhoudt het gebruik
van lokalen ten behoeve van onderwijsactiviteiten en daarmee verband houdende
activiteiten voor en door de leerlingen. De weigering van de school om een
ruimte ter beschikking te stellen, valt daarmee onder de reikwijdte van artikel
7 lid 1 sub b AWGB. De AWGB verbiedt onderscheid op grond van godsdienstige
uitingen, zoals bidden. De Commissie oordeelde eerder dat het neutrale karakter
van een openbare school niet met zich meebrengt dat in strijd met de AWGB mag
worden gehandeld. Er zou dan ook sprake zijn van direct onderscheid op grond
van godsdienst als het bidden van leerlingen aanleiding zou zijn tot ingrijpen
door de school. Echter, noch uit de tekst, noch uit de parlementaire
geschiedenis van de AWGB valt af te leiden dat het verbod om onderscheid te
maken naar godsdienst tot de verplichting leidt om voorzieningen te treffen die
leerlingen tot het uiten van hun geloofsovertuiging in staat stellen.
De Commissie oordeelt op grond hiervan dat, nu de AWGB (noch de
onderwijswetgeving) hiervoor enig aanknopingspunt biedt, er geen sprake is van
de verplichting om een lokaal ter beschikking te stellen en dat de wederpartij
door dat te weigeren niet in strijd handelt met de AWGB.
Stichting Meldpunt Discriminatie Amsterdam gaf aan dat de leerlingen geen
bijzondere eisen stelden aan een gebedslokaal. De ruimte hoefde niet exclusief
voor de leerlingen beschikbaar te zijn en niet speciaal te worden ingericht.
Tijdens de pauzes waren de klaslokalen leeg, dus het verzoek zou de lessen niet
verstoren. Volgens het Calandlyceum worden er geen lokalen beschikbaar gesteld
voor activiteiten die niet in het kader van het lesprogramma plaatsvinden.
Iedereen op de school wordt met respect bejegend en leerlingen worden in de
gelegenheid gesteld hun geloof te belijden. Wanneer leerlingen vrij willen
nemen in verband met de Ramadan of het Suikerfeest, is dat mogelijk. Katholieke
leerlingen kregen eens vrij om deel te kunnen nemen aan een georganiseerde reis
naar Rome.
Bron: Persbericht Commissie gelijke behandeling, 4-8-2000.
De openbare school is per definitie de school waar elke allochtone leerling wordt opgenomen, zonder onderscheid en met dezelfde rechten als elke andere leerling. Rond het jaar 2000 zal ruim de helft van het aantal leerlingen op Nederlandse scholen van niet-Nederlandse afkomst zijn. Voorkomen moet worden dat er 'zwarte' en 'witte' scholen ontstaan: integratie op school is een voorwaarde voor integratie in de maatschappij.
Het principe 'Niet Apart, Maar Samen' naar de openbare school heeft met de komst van allochtone leerlingen een extra dimensie gekregen. Integratie tussen autochtonen en allochtonen bevordert het aanleren van Nederlands als Tweede Taal en geeft alle leerlingen de kans om kennis te maken met andere culturen en de daarbij horende opvattingen.
Veel allochtone leerlingen leven in twee werelden: de cultuur van het land van herkomst, die thuis nog wordt uitgedragen en de Nederlandse cultuur. Het opbouwen van een eigen identiteit wordt er daarmee niet gemakkelijker op. Het begeleiden van de ontwikkeling van die identiteit speelt een steeds grotere rol bij het onderwijs in eigen taal en cultuur OET(C). Juist binnen het openbaar onderwijs dient het OET(C) een volwaardige plaats te krijgen. Gelijktijdig moet er een daadwerkelijke vorm van intercultureel onderwijs zijn op de scholen, zodat alle leerlingen volledig kunnen integreren in onze samenleving.
Het stichten van eigen scholen op b.v. islamitische of hindoeïstische grondslag past niet in dit streven en wordt - overigens met erkenning van de grondwettelijke vrijheid daartoe - niet door de VOO voorgestaan.
Bron: Openbaar onderwijs in de praktijk. VOO -reeks 19, hoofdstuk 3.2.5.