1.4 Functies van de schoolgids

Met de inhoud van de schoolgids legt het bevoegd gezag verantwoording af over wat zij in het afgelopen schooljaar heeft gedaan en wat zij in het komend jaar voor plannen heeft. Verantwoording aan iedereen die bij de school is betrokken, maar in het bijzonder aan ouders en in het voortgezet onderwijs ook aan leerlingen.
De schoolgids heeft drie functies:
Bron: Schoolgids, handreiking voor ouders. VOO-reeks 38, 1999

4.1.1 Identiteit van de school

TEKSTVOORBEELD 1
De school is een openbare school. De kenmerken van het openbaar onderwijs zijn in de Grondwet (artikel 23) vastgelegd. Onze school is een school waar iedereen, zonder onderscheid naar godsdienst of levensovertuiging of wat voor ander kenmerk dan ook, welkom is. Dat maakt het onderwijs op onze school tot ontmoetingsonderwijs in de meest praktische zin van het woord. Onze school schept een leef- en leerklimaat waarin respect voor anderen en andersdenkenden voorop staat. De verschillen tussen kinderen zijn bij ons het uitgangspunt. Dit vraagt naast een grote inzet van het team, ook actieve betrokkenheid van alle ouders en leerlingen.

TEKSTVOORBEELD 2
Onze school is een openbare school. Wij leven samen in een maatschappij die ingewikkeld in elkaar zit en uiterst veelzijdig is. Wij zijn er verantwoordelijk voor dat we onze kinderen goed voorbereiden, zodat zij straks hun weg kunnen vinden in de veelheid van mogelijkheden. Zodat zij zich als mens kunnen ontplooien en zich in die maatschappij een eigen plaats kunnen verwerven.

Dat houdt in dat we kinderen moeten leren kiezen, rekening houdend met alle positieve en negatieve zaken. Met respect voor de overtuiging van anderen. Samen op weg naar een betere toekomst, samen bouwen aan een wereld waarin wederzijdse verdraagzaamheid en respect beter tot ontwikkeling kunnen komen. Een eerste logische stap hiertoe is de kinderen naar een school te sturen waar alle geloven, levensovertuigingen, rassen, seksen en culturen elkaar ontmoeten. En uit die ontmoeting van en over elkaar leren. Zo'n school is de .......-school, een OPENBARE SCHOOL.

AANDACHTSPUNTEN

Veel van deze vragen zullen verspreid in de schoolgids aan de orde komen.
Maar om het begrip openbare identiteit een echte invulling te geven, is het een idee om de belangrijkste zaken bij elkaar onder het kopje "identiteit van het openbaar onderwijs" of: "de kleur van onze school" of "het bijzondere van onze openbare school" te plaatsen.

Bron: Schoolgids, handreiking voor ouders. VOO-reeks 38.

5.2.1 Kenmerken van het openbaar onderwijs

Artikel 23 van de huidige Grondwet gaat over onderwijs. In de passage die betrekking heeft op het openbaar onderwijs staat:
Het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging bij de wet geregeld. In elke gemeente wordt van overheidswege voldoende algemeen vormend openbaar lager onderwijs gegeven in een genoegzaam aantal scholen. Volgens bij de wet te stellen regels kan afwijking van deze bepaling worden toegelaten, mits tot het ontvangen van zodanig onderwijs gelegenheid wordt gegeven.

In de tekst is er slechts sprake van lager onderwijs. Dit omdat ten tijde van de totstandkoming van de Grondwet alleen het lager onderwijs was geregeld. Maar de verplichting van de overheid om te zorgen voor voldoende openbaar onderwijs geldt voor alle wettelijk geregelde onderwijsvormen. Wij noemen dit de garantiefunctie van het openbaar onderwijs. Ook nu is het openbaar onderwijs nog steeds een overheidszaak. Het is een gegarandeerde basisvoorziening die voor iedereen toegankelijk is.
Het openbaar onderwijs voldoet aan drie kenmerken: bestuur door de overheid, algemene toegankelijkheid en pluriformiteit.

Bestuur door de overheid

Het 'openbare' aan openbaar onderwijs is meer dan alleen de toegankelijkheid voor iedereen. Openbaar betekent ook dat iedereen het bestuur van de school kan volgen, want het wordt gevormd door of namens de overheid. Bij het bijzonder onderwijs altijd in handen van een vereniging of stichting.

Bij het openbaar onderwijs treedt van oudsher de gemeente op als het be­stuur van het openbaar onderwijs. De openbare school is altijd gezien als een school van de gehele gemeenschap en niet alleen als de school van de direct betrokken geledingen.

Daarom moet de bestuurlijke eindver­antwoordelijkheid ook in laatste instan­tie in handen zijn van diegenen die rechtstreeks door de hele bevolking op democratische wijze worden gekozen.

Tot voor kort leidde dit bijna automa­tisch tot de zogenoemde integrale/ge­meentelijke bestuursvorm. Dat wil zeggen dat de gemeente het bestuur vormt van openbare scholen. Daarin komt echter steeds meer verandering.

Niet altijd vervult de gemeente haar rol als bestuurder van het openbaar onder­wijs tot ieders tevredenheid. Het feit dat de gemeente aan de ene kant beslissin­gen moet nemen over het gehele ge­meentelijk onderwijsbeleid en aan de andere kant als bestuurder van het openbaar onderwijs, heeft nogal eens tot belangenconflicten geleid. Daarnaast kan het voorkomen dat een wethouder of ambtenaar van onderwijs zelf betrok­ken is bij het bijzonder onderwijs, bij­voorbeeld als directeur of als lid van het bestuur van een bijzondere school. Een onafhankelijke invulling van de taak als bestuur van het openbaar onderwijs wordt dan wel erg moeilijk.

Dit alles leidde tot ontwikkelingen om het bestuur van het openbaar onderwijs anders vorm te gaan geven.

Een van de inmiddels meest bekende en toegepaste 'nieuwe' bestuursvormen is de zogenoemde bestuurscommissie. Deze wordt ingesteld op basis van artikel 82 van de Gemeentewet. Eind 1998 functioneren er ruim 120 bestuurscommissies.'

Naast deze vorm is er het bestuursorgaan op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de openbare rechtspersoon en de stichting.

Algemene toegankelijkheid
Een openbare school is algemeen toegankelijk: alle leerlingen moeten worden toegelaten. Dus zowel kinderen van bewuste voorstanders van openbaar onderwijs als alle andere kinderen die niet in het bijzonder onderwijs terecht kunnen of daarin hun levensbeschouwing niet herkennen.

Er zijn uitzonderingssituaties denkbaar waarin de gemeente als bestuur van het openbaar onderwijs toch een leerlingenstop invoert voor een bepaalde school. Een reden daarvoor kan zijn dat er een onevenwichtige spreiding van leerlingen over diverse openbare scholen in de gemeente is. De gemeente kan in zo'n geval beslissen tot het instellen van schoolwijken. Dit betekent meestal dat in principe alleen kinderen die in een bepaalde straal rond de school wonen op de school worden toegelaten.

Het kan ook voorkomen dat een school zo vol zit dat er echt geen leerlingen meer bij kunnen. Dit mag altijd slechts een zeer tijdelijke situatie zijn. De gemeente zal er altijd voor moeten zorgen dat er binnen afzienbare tijd een oplossing wordt gevonden voor het ruimtetekort.

In beide gevallen hoeft een ouder zich niet neer te leggen bij een weigering van de school om het kind toe te laten. Als er schoolwijken zijn ingesteld, dan is het mogelijk om bij de gemeente schriftelijk plaatsing van het kind op de gewenste school aan te vragen. Een gemeente is dan verplicht daar alsnog toestemming voor te geven.

Als de school vol zit, kan plaatsing wat moeilijkheden geven. Uit verschillende gerechtelijke uitspraken kan worden opgemaakt dat het bestuur heel zorgvuldig te werk zal moeten gaan als op deze gronden leerlingen worden geweigerd. De wettelijk afdwingbare algemene toegankelijkheid van het openbaar onderwijs is opgenomen in de Grondwet: daarvan kan dus slechts bij hoge uitzondering worden afgeweken.

Pluriformiteit
De openbare school heeft nadrukkelijk de taak om aandacht te schenken aan de levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden in de Nederlandse samenleving. De openbare school kiest bij het ter sprake brengen van godsdienstige of levensbeschouwelijke onderwerpen een opstelling, waarbij respect voor elke opvatting voorop staat. Juist de meerwaarde van de verscheidenheid wordt onderkend en als uitgangspunt genomen. Wij noemen dit de actieve pluriformiteit. Daarbij wordt ieders godsdienst of levensbeschouwing geëerbiedigd.

Bron: Hoe kies ik een basisschool? VOO-reeks 34, 2000

1.1 Het karakter van de openbare school

In de vorige eeuw was de openbare school een school met een algemeen-christelijke signatuur, maar vanaf het midden van de '19e eeuw kwam er steeds meer verzet tegen het monopoliekarakter van de openbare school. Deze school had weliswaar een algemeen-christelijk karakter, maar dit was voor zowel katholieken als gereformeerden niet aanvaardbaar. Toch werd in de Grondwet van 1848 en de Lager Onderwijswet van 1857 het algemeen-christelijke karakter van de openbare school bevestigd. In de loop der tijd werd de roep om financiering door de staat van bijzondere scholen steeds groter. In 1917 ten slotte werd de huidige formulering van het onderwijsbestel, waarbij sprake is van (financiële) gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs een feit (de zogenoemde pacificatie).

Bovenstaand principe werd voor het eerst tot uiting gebracht in de Lager Onderwijswet van 1920. Vóór die tijd was het geven van godsdienstonderwijs op de openbare school niet toegestaan. In de Lager Onderwijswet werd de gelijke bekostiging van het openbaar en bijzonder onderwijs geregeld. Ook kan er vanaf dat moment godsdienstonderwijs op een openbare school worden gegeven, al dan niet gesubsidieerd door de gemeente. Hoewel er in de wet sprake was van godsdienstonderwijs, bleek er in de samenleving ook de behoefte te bestaan aan andere vormen van levensbeschouwelijk onderwijs. In de loop van de tijd zijn de wetteksten steeds verder aangepast. Het volgende overzicht geeft aan hoe het denken over algemeen gangbare waarden en normen in de Nederlandse samenleving zich heeft ontwikkeld.

In de Lager-Onderwijswet van 1920 luidde artikel 42: 'Het schoolonderwijs wordt onder het aanleeren van gepaste en nuttige kundigheden dienstbaar gemaakt aan de ontwikkeling van de verstandelijke. vermogens der kinderen, aan hunne lichamelijke oefening en aan hunne opleiding tot alle christelijke en maatschappelijke deugden. De onderwijzer onthoudt zich van iets te leeren, te doen of toe te laten wat strijdig is met den eerbied, verschuldigd aan de godsdienstige begrippen van andersdenkenden.'

In artikel 42 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs uit 1968 staat: 'Het openbaar onderwijs bevordert de algehele ontwikkeling van de leerlingen door het doen verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden en draagt bij tot hun vorming op grondslag van waarden, in de Nederlandse traditie met name door christendom en humanisme erkend.'

De Wet op het basisonderwijs is van 1981. Artikel 29 luidt:

    1. Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.
    2. Openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing.
    3. Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.

De formulering is steeds meer aangepast aan de veranderende denkbeelden. Christelijke en maatschappelijke deugden zijn in 1968 vervangen door waarden, door christendom en humanisme erkend. In 1981 blijkt ook deze formulering achterhaald, daar de Nederlandse samenleving ook steeds meer culturen herbergt die noch als christelijk, noch als humanistisch te kenschetsen zijn. De formulering 'waarden zoals die in de Nederlandse samenleving leven' is dan ook zo ruim, dat alle reeds al vertegenwoordigde maar ook mogelijke nieuwe stromingen, hieronder kunnen worden verstaan.

Bron: Godsdienst- en humanistisch vormingsonderwijs in de openbare school. VOO-reeks 26, 2000

1.2 Leerinstituut versus opvoedingsinstituut

De Lager Onderwijswet van 1920 betekende niet alleen dat het bijzonder onderwijs een gelijkwaardige positie kon gaan innemen met het openbaar onderwijs, maar ook dat het karakter van de openbare school wezenlijk ging veranderen. Het algemeen christelijk uitgangspunt werd losgelaten en de nadruk kwam te liggen op de neutraliteit van de openbare school. Dit hield in dat de leerkracht géén bepaalde levensbeschouwelijke of godsdienstige opvattingen mocht uitdragen.

In de naoorlogse jaren is dit neutraliteitsprincipe losgelaten. Dit wordt zichtbaar in de Wet op het Basisonderwijs (WBO). Daarin wordt niet meer gekozen voor neutraliteit maar voor actieve pluriformiteit. De openbare school is niet 'neutraal'. De openbare school krijgt in de WBO nadrukkelijk de opdracht aandacht te schenken aan de levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden in de Nederlandse samenleving (artikel 29). De toevoeging 'met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden' is van wezenlijk belang. Daaruit blijkt dat in de school niet alleen aandacht wordt besteed aan de overeenkomsten, maar dat ook de verschillen aan bod komen, de oorzaken die aan de verschillen ten grondslag liggen en de gevolgen die deze kunnen hebben voor de omstandigheden waarin mensen leven.

De discussie tussen neutraliteit of actieve pluriformiteit hangt samen met de opvattingen over de rol van de school. Moet de school worden gezien als louter een leerinstituut of heeft de school ook duidelijk opvoedkundige taken? Dat deze discussie voornamelijk speelt in de openbare school, is niet verwonderlijk: immers, bij scholen op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag wordt het onderwijsleerprogramma gegeven vanuit een bepaald gedachtegoed.

De vraag die hier wordt gesteld is, of de school zich moet beperken tot strikte neutraliteit en in die zin alleen aandacht moet besteden aan kennisoverdracht, of dat de school ook gerichte aandacht moet besteden aan de diverse in onze samenleving voorkomende waarden en normen. In artikel 23 van de Grondwet wordt hierover het volgende opgemerkt: ‘Openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging bij de wet geregeld.’ Het pluriforme karakter van de openbare school geeft hieraan een extra dimensie. De aanwezigheid van kinderen uit milieus van verschillende denkrichtingen en opvattingen biedt, naast eerbiediging, ook de mogelijkheid tot kennismaking.

In de huidige Wet op het Primair Onderwijs (WPO) wordt aandacht besteed aan allerlei kennisgebieden die raakvlakken hebben met de overdracht van algemeen geaccepteerde waarden en normen in de Nederlandse samenleving. Het is echter niet goed duidelijk hoever de overheid wat dit betreft kan en wil gaan. Immers, waarden en normen zijn onderhevig aan veranderingen en de vraag is of de overheid voorop moet lopen en sturend op moet treden of achteraf veranderingen in de wet moet sanctioneren. Tot nu toe treedt de overheid heel behoedzaam op, hiertoe genoodzaakt door de uitleg die aan het begrip 'onderwijsvrijheid' in ons land wordt gegeven.

De openbare school probeert hier, in de ontmoeting met andersdenkenden, een eigen invulling aan te geven.

Bron: Godsdienst- en humanistisch vormingsonderwijs op de openbare school. VOO-reeks 26, 2000

1.3 Openbaar onderwijs als ontmoetingsonderwijs

Door middel van een dialoog probeert de openbare school de leerlingen inzicht bij te brengen in bestaande waarden en normen en de betekenis ervan voor het persoonlijke leven en de samenleving. Centraal daarbij staat dat leerlingen respect moeten krijgen voor de overtuigingen van anderen. Achtergrond hierbij is de opvatting dat als je een ander kent, je hem of haar kunt respecteren. Dit gaat dus verder dan kennis-nemen-van. Kinderen worden gestimuleerd tot exploreren, onderzoeken. Kinderen leren met elkaar te communiceren, hun mening te geven en vragen te stellen. Door de wisselwerking met de omgeving krijgen kinderen de mogelijkheid eigen waarden en normen te ontwikkelen. Dit is het wezen van actieve pluriformiteit. Het beschreven ontmoetingskarakter van het openbaar onderwijs kan op alle momenten van de dag aan de orde komen. Vakken als taal en rekenen zijn ook onderdeel van de waardenoriëntaties zoals die in de samenleving bestaan. Maar het zal duidelijk zijn dat bepaalde onderwijsleergebieden zich bij uitstek lenen voor het ontwikkelen van kennis en inzicht in allerlei maatschappelijke verschijnselen. Tevens kunnen zij bijdragen aan een onderzoekende houding. Deze maatschappelijk georiënteerde kennisgebieden nemen sinds de invoering van de WBO een prominente plaats in het onderwijsleerprogramma in. Naast de in de wet opgenomen kennisgebieden als intercultureel onderwijs, bevordering van gezond gedrag en kennis der geestelijke stromingen, zijn er ook nog allerlei belangengroeperingen die, met wisselend succes, proberen binnen het bestaande lesprogramma aandacht te krijgen voor 'hun' onderwerpen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de vredes- en milieubeweging.

Bron: Godsdienst- en humanistisch vormingsonderwijs op de openbare school. VOO-reeks 26, 2000

6.2. De relatie tussen public relations en actiefpluriform handelen

Elke openbare basisschool heeft een eigen identiteit, die gebaseerd is op de uitgangspunten van het openbaar onderwijs: de algemene toegankelijkheid, de actieve pluriformiteit en het openbaar bestuur. Daarnaast ontleent een school haar identiteit aan de onderwijskundige inhoud. Door gebruik van public relations heeft de openbare school de mogelijkheid haar identiteit zichtbaar te maken aan alle betrokkenen. De voorwaarden hiervoor zijn:

Een ander voorbeeld is dat ouders merken dat de ene leerkracht op een totaal andere wijze optreedt dan een andere. Ook dit kan voor ouders en leerlingen een stuk onduidelijkheid geven. Ouders beschouwen deze onduidelijkheid vaak als een stuk slechte organisatie.
Tijdens de in de voorbereiding van deze handreiking gehouden interviews met enkele schoolleiders over public relations is een aantal gelijkluidende voorwaarden naar voren gekomen om een goed PR-beleid op te zetten:

    1. Een eerste vereiste is dat een team wat betreft belangrijke onderwijskundige zaken eensgezind moet zijn. Een openbare school hoort een bepaalde visie op het onderwijs te hebben; het team moet achter die ideeën staan.
    2. Een tweede voorwaarde is dat wat een school zegt te doen ook werkelijk zichtbaar moet zijn in het handelen van de teamleden. Bijvoorbeeld: wanneer een school zegt actief pluriform te zijn, moet ieder teamlid ook actief pluriform handelen ten opzichte van ouders, leerlingen en collega's. Dit zou ook zeker besproken kunnen worden tijdens de sollicitatieprocedure voor een nieuw teamlid, bijvoorbeeld in de vorm van een vraag naar de ideeën van de sollicitant betreffende de uitgangspunten van het openbaar onderwijs.

Public relations is een uitstekend middel om het begrip "actieve pluriformiteit" inhoud te geven. Door alle betrokkenen goed te informeren kan de school laten zien wat zij is en hoe zij werkt. Het goed informeren van ouders en andere belangstellenden betekent dat de school en teamleden:

Bron: Bakker, I. e.a. Handreikingen voor openbaar onderwijs in de basisvorming. SBOO, 1993. Deel Basisonderwijs.

De openbare school en de ouders

Ouders kiezen om verschillende redenen voor de openbare school. Ze kiezen bewust voor het pluriforme karakter, ze kiezen, omdat ze zelf "niets zijn". Of ze kiezen de school, omdat ze er zelf op hebben gezeten, of omdat ze hebben gehoord, dat de Wethouder Berkhoffschool een goede school is. Een natuurlijk is nabijheid vaak de eerste motivatie.

Bij de kennismaking vertelt Rob Luimes de ouders het een en ander over het karakter van de openbare school en over de mogelijkheden, die de school biedt voor levensbeschouwelijke vorming. Voor sommige ouders is dat een eye-opener.

De identiteit van de openbare school is nog nooit onderwerp geweest op een ouderavond en eigenlijk vindt Rob dat jammer.

Wat hij ook jammer vindt is het imago van "de school, die er niets aan doet". Dat b.v. de katholieke school of de christelijke school normen en waarden hanteert, vinden ouders vanzelfsprekend. Dat wordt als automatisme aangenomen en ouders kiezen daarom bewust vaak voor deze scholen.

Sommige ouders kijken verbaasd, als zij horen, dat de Wethouder Berkhoffschool als openbare school bewust normen en waarden hanteert. Waarden als tolerantie en respect horen zeer zeker ook bij de openbare school.

Bron: Sluijters, Henk. In gesprek met Rob Luimes, directeur van de Wethouder Berkhoffschool in Varsseveld. In: Iselinge Oriënt, nummer 31- 2000.

Bedreigingen en kansen

Waar je als openbare school ook tegen moet vechten is het idee, dat de openbare school, omdat deze geen kinderen mag weigeren, een soort "afvalschool" is.

Rob wil deze vooroordelen niet benaderen vanuit een "Calimerohouding" ("zij hebben een identiteit en ik niet, en dat is niet eerlijk”). Hij ziet het eerder als een punt van actie. Omdat je identiteit voor velen minder vanzelfsprekend is, moet je er juist meer aan doen.

De komst van BLADWeG, het nieuwe gezamenlijke schoolbestuur voor de openbare scholen in de gemeenten Bergh, Lichtenvoorde, Aalten, Dinxperlo, Wisch en Gendringen, biedt een mogelijk om de identiteit van het openbaar onderwijs op de betrokken scholen weer eens extra onder de aandacht te brengen, zowel op de scholen, als naar de buitenwacht.
Rob Luimes is wel heel eerlijk, als hij aangeeft, dat de idealen van de openbare school als verrijkende ontmoetingsplaats, nog niet genoeg uit de verf komen binnen zijn school.
Zoals hij het zelf zegt: "Er kan meer, er moet meer, maar....!!!"

Bron: Sluijters, Henk. In gesprek met Rob Luimes, directeur van de Wethouder Berkhoffschool in Varsseveld. In: Iselinge Oriënt, nummer 31- 2000.

Openbaar onderwijs

"De Lindt" is toegankelijk voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Levensbeschouwelijke of politieke overtuiging spelen bij de toelating geen rol. Wij vinden het een goede zaak dat er kinderen met zeer uiteenlopende achtergronden naar onze school komen. Ongeacht sekse, leeftijd, geloof, ras of levensovertuiging proberen we de kinderen verder te helpen. De school schept ruimte voor en aandacht aan de verschillende godsdiensten, levensvisies en culturen. Er wordt hierover dus regelmatig gepraat met de kinderen. Ze leren daardoor omgaan met kinderen die misschien anders denken dan zijzelf en leren daar begrip voor te hebben. We proberen vooroordelen om te buigen in respect en begrip.

Het motto van een openbare school is: "NIET APART, MAAR SAMEN". Het onderwijs wordt gegeven vanuit een respect voor de verschillende levensovertuigingen. Godsdienstlessen komen in het programma niet voor.

Bron: Schoolgids openbare basisschool De Lindt in Helmond.

De identiteit van het openbaar onderwijs

A Door de overheid bestuurd.
De Helmondse basisscholen worden bestuurd door de Bestuurscommissie Openbaar Basisonderwijs. Tot 1 januari 1998 werd het openbaar basisonderwijs in Helmond bestuurd door de gemeentelijke overheid. Het gemeentebestuur vervulde daardoor een dubbelrol. Zij was schoolbestuur van het openbaar onderwijs en zij bepaalde in de gemeente het algemene onderwijsbeleid. Vanwege toenemende taken van de gemeenten op het gebied van onderwijs, wilden vele gemeenten van die dubbelrol af. Om die reden werd in Helmond ook gekozen voor een bestuurscommissie.

B Algemeen toegankelijk.
Helmondse openbare basisscholen mogen geen leerlingen de toegang weigeren op grond van godsdienst of levensbeschouwing. Het openbaar onderwijs staat als gemeenschapsvoorziening immers open voor alle leerlingen. Het beleid van de Bestuurscommissie van het Openbaar Basisonderwijs is er op gericht om in Helmond de toegankelijkheid van het openbaar basisonderwijs zo optimaal mogelijk te laten zijn. Daartoe zorgt zij ervoor:

C Actief pluriform.
De Helmondse openbare basisscholen zijn ontmoetingsplaatsen van totaal verschillende volwassenen en kinderen. In zo'n omgeving kunnen kinderen stap voor stap hun eigen keuzes leren maken. De scholen vervullen daarin een actieve rol, door:
Bron: Schoolgids openbare basisschool De Lindt in Helmond.

Openbaar onderwijs in praktijk op 'De Lindt'

Op een openbare school ontmoeten kinderen met verschillende godsdiensten of levensovertuigingen, uit verschillende culturen elkaar.
De school besteedt actief aandacht aan deze heterogeniteit binnen onze samenleving zonder daar zelf bepaalde leerstellingen te verkondigen. Op "De Lindt" kom je verschillende levensovertuigingen tegen. Om de diversiteit van de schoolbevolking tot zijn recht te laten komen is het daarom belangrijk dat bij het bespreken ervan zoveel mogelijk de verschillende opvattingen naast elkaar gezet worden. Kinderen ervaren dan dat er verschillen zijn en daar begripsvol tegenover te staan.

Op onze school proberen we ons hierin actief op te stellen. Met name in kringgesprekken wordt er regelmatig gesproken over de verschillende geloofsopvattingen en wordt er ingegaan op de reacties van de kinderen. In het vak "Geestelijke Stromingen" wordt met name in de bovenbouw dieper ingegaan op deze materie.

De Grondwet en de Wet op het primair onderwijs geven aan hoe het openbaar onderwijs in Nederland geregeld is.
Deze wetten bieden de openbare scholen ook nog beleidsruimte om zelf te bepalen HOE er wordt omgegaan met de waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving. Dat sluit geen enkele waarde, dus geen enkele levensovertuiging of wereldbeschouwing uit.

De openbare school zoekt, als gemeenschappelijke school van een veelvormige samenleving, actief naar pluriformiteit. Het vormgeven van dit uitgangspunt in een functionerende school is geen eenvoudige opgave. Elke school kan binnen zekere grenzen er zelf invulling aan geven, al naar gelang de samenstelling van het gemeentebestuur, het docententeam en de groep ouders.

Het is goed om ons gezamenlijk, ouders en team, te bezinnen op de invulling van de openbaarheid van onze school. Het team en ouders hebben uitvoerig over dit onderwerp gepraat en een aantal uitgangspunten geformuleerd:

    1. Het is belangrijk dat er regelmatig gepraat wordt in kringgesprekken over de verschillende geloofsopvattingen en levensovertuigingen. Als een kind hierover wil praten moet dat altijd mogelijk zijn. De leerkracht stelt zich actief op om de verschillen en overeenkomsten voor de kinderen duidelijk te krijgen. Hierbij wordt ernaar gestreefd om respect en acceptatie van "het andere" te stimuleren.
    2. Een leraar verkondigt geen leerstellingen. Hij geeft aan dat over veel onderwerpen verschillend gedacht kan worden. Hij kan met veel terughoudendheid zijn mening geven en erbij zeggen dat veel mensen er anders over denken.
    3. Er is geen plaats voor racisme en discriminatie.
    4. Onder lestijd wordt geen godsdienstles gegeven. Dit dienen ouders zelf, buiten schooltijd, te organiseren. Deelname aan deze godsdienstlessen geschiedt altijd op vrijwillige basis. De school stelt echter wel ruimte en eventuele andere faciliteiten ter beschikking. Het is wel mogelijk om onder schooltijd deel te nemen aan bepaalde godsdienstige activiteiten. (bijv. kerkbezoek ter voorbereiding van 1e communie, vormsel, besnijdenis, viering suikerfeest etc.).
      Op onze school wordt er door een werkgroep van ouders elk jaar een groepje kinderen voorbereid op de 1e communie of het vormsel. De voorbereidingen vinden plaats na schooltijd op school of bij ouders thuis. De werkgroep overlegt met de parochie en de R. K. St. Trudoschool.
    5. Kinderen krijgen vrij om hun belangrijke religieuze feestdagen te kunnen vieren.
    6. Kinderen brengen vaak materialen mee die te maken hebben met de uitoefening van een bepaalde godsdienst. Bijv. kerststal met beeldjes, foto's van hun geestelijke leider, de koran, de bijbel etc. Deze materialen kunnen een uitstekend uitgangspunt vormen voor een te voeren kringgesprek. Kinderen krijgen dan ook de kans om over hun ervaringen te vertellen en er met anderen over te praten. De beleving die opgeroepen wordt bij dergelijke materialen is bij iedereen anders. Dit is zeer persoonsgebonden en afhankelijk van ondermeer de eigen godsdienstige opvattingen, waarden en normen. Als openbare school houden we hier rekening mee door meegebrachte materialen niet te presenteren als ware het iets wat we allemaal zo beleven. Een thematafel met daarop meegebrachte materialen, afkomstig van verschillende geloofsopvattingen of levensbeschouwingen kan een prima hulpmiddel zijn om kinderen in aanraking te brengen met andere opvattingen.
Bron: Schoolgids openbare basisschool De Lindt in Helmond.

Identiteit

Bron: Schoolgids De Schatkist Kerkrade.

Algemene visie

Daarbij vinden we dat:

Dus "niet apart, maar samen".

Bron: Schoolgids De Schatkist Kerkrade.

Een openbare school

NIET APART, MAAR SAMEN!

De Reigershöfte is een openbare basisschool. Onze school vindt het aanleren van vaardigheden als rekenen, taal, lezen en schrijven zeer belangrijk. Ook de creatieve vakken en de hulp aan individuele leerlingen krijgen ruime aandacht.

Maar onderwijs geven is méér. Onze school leert kinderen om te gaan met waarden die van groot belang zijn in de samenleving, zoals tolerantie, respect en solidariteit. Racisme en discriminatie zijn uit den boze. Deze ideeën ziet u terug in de manier waarop we met leerlingen en ouders omgaan. Ook ziet u ze terug in de inhoud van de lessen en de boeken die wij gebruiken.

De kinderen, ouders en leerkrachten van onze school hebben verschillende opvattingen over godsdienst en levensbeschouwing, zoals iedereen in de maatschappij. Onze school schenkt aandacht aan die uiteenlopende denkbeelden en meningen. Verschillen tussen kinderen en ouders in uiterlijk, opvattingen en levensbeschouwing verzwijgen wij niet, maar gebruiken we juist als uitgangspunt voor ons onderwijs.

Zo leren kinderen met en over elkaar, met respect voor elkaars identiteit.
AI die kinderen, ouders en leerkrachten zorgen ervoor dat onze school levendig en kleurrijk is. Daarmee is de Reigershöfte de samenleving in het klein.
Onze school geeft kinderen gelegenheid te werken aan de eigen identiteit: tijdens de lessen godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs. Ook bestaat de mogelijkheid om onderwijs in de eigen taal (Turks) te volgen. Deze lessen zijn niet verplicht, maar worden (nog) wel onder schooltijd gegeven.
Met dit aanbod is onze school echt openbaar en voor iedereen aantrekkelijk.

Bron: Schoolgids De Reigershöfte Almelo