Bron: Luyendijk, Wubby. Openbare hoofddoek, lerares met hoofddoek zaait
tweespalt in openbaar onderwijs. Uit: NRC 1 mei 1999.
De VOO heeft geen bezwaar tegen het dragen van hoofddoekjes, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Via discussie met alle betrokkenen op de school moeten de grenzen worden afgebakend tussen 'gelijke behandeling' en de voor het openbaar onderwijs vereiste neutraliteit ter zake van leerkrachten.
Toelichting
Het dragen van hoofddoekjes door
leerkrachten of stagiaires op een school voor openbaar onderwijs, als uiterlijk
kenmerk vanuit religieuze overwegingen, moet worden toegestaan. Dit geldt
bijvoorbeeld ook voor: katholieke leerkrachten met een kruis aan een ketting,
joodse leerkrachten met een keppel of sikh-leerkrachten met een tulband. Op
een openbare school wordt immers onderwijs gegeven met eerbiediging van ieders
godsdienst of levensovertuiging en de openbare school is open en tolerant.
Het 'mits voldaan wordt aan voorwaarden' moet door de school zelf worden ingevuld.
Zolang een stagiaire of leerkracht niet in de lessen de Islam uitdraagt, ruimte laat voor alle levensovertuigingen en actief met alle verschillen in levensovertuiging iets doet in de lessen (actieve pluriformiteit) hoeft het geen probleem te zijn. Het al dan niet dragen van hoofddoekjes is niet bepalend voor de geschiktheid van een leerkracht om aan een openbare school les te geven, maar de juiste attitude van de betreffende leerkracht. Het feit dat er ouders zijn die een hoofddoek wantrouwen, omdat deze zou staan voor strenge en intolerante opvattingen, is niet voldoende om de hoofddoek af te keuren. Het vergt wel discussie op school met alle betrokkenen. Met het team, met ouders en leerlingen. Wat voor de een problematisch en provocerend is, hoeft dat voor de ander niet te zijn. De ouders die een hoofddoek wantrouwen zal duidelijk gemaakt moeten worden waar het openbaar onderwijs voor staat. Pas als een stagiaire of leerkracht niet de voor het openbaar onderwijs vereiste neutraliteit in acht neemt en intolerante opvattingen in de school tot uiting brengt, dient de schoolleiding maatregelen te nemen. Noodzakelijk is het dat in sollicitatiegesprekken aandacht wordt besteedt aan wat het inhoudt om op een openbare school les te geven en wat van de leerkracht wordt verwacht. Ook islamitische stagiaires en leerkrachten moeten bepaalde onderwerpen die ze persoonlijk niet altijd onderschrijven aan leerlingen willen en kunnen overdragen, bijvoorbeeld seksuele voorlichting.
Bron: Standpunt Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) hoofddoekjes, 1999.
Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.
De openbare school is actief pluriform en discrimineert niet. Wat wil dat zeggen? Als je dat wilt weten, moet je luisteren naar wat de mensen in het openbaar onderwijs belangrijke uitgangspunten voor hun onderwijs vinden. Waar ze zo ongeveer hetzelfde over denken. Als je dat gemeenschappelijke denken op een rijtje zet, dan blijkt het om het volgende te gaan:
De openbare school
De identiteit van de openbare school maak je niet zichtbaar met mooie woorden. Het zijn de mensen die de identiteit van de openbare school zichtbaar maken: de schoolleiding, de leerkrachten, het onderwijsondersteunend personeel, de ouders en de leerlingen. Zij moeten waar maken, waar de openbare school voor staat. Zij moeten de actieve pluriformiteit van het openbaar onderwijs vorm geven in de school.
Hoewel iedereen, die daarvoor de bevoegdheid heeft, in principe benoembaar is bij het openbaar onderwijs, zal de school juist zoeken naar collega's die 'gaan' en 'staan' voor de uitgangspunten en identiteit van het openbare onderwijs.
Bron: Maarschalkerweerd, Arno. De identiteit van het openbaar onderwijs.
Waar staat dat voor, waar gaat dat voor? VOO-reeks 45, 2000.
In de dagelijkse praktijk zijn het vooral de leerkrachten die moeten laten zien wat het betekent op een openbare school te zitten. En, dat betekent nogal wat voor de leerkrachten. Allereerst moet hij of zij natuurlijk een goede leerkracht zijn: goed met leerlingen om kunnen gaan, goed les kunnen geven, ga maar door. Maar er is meer. De openbare school mag van leerkrachten verwachten dat zij bijvoorbeeld:
Bron: Maarschalkerweerd, Arno. De identiteit van het openbaar onderwijs. Waar staat dat voor, waar gaat dat voor? VOO-reeks 45, 2000.
In de schoolgids kan aandacht worden besteed aan de manier waarop de school omgaat met rolpatronen van meisjes en jongens, vrouwen en mannen. Het omgaan met verschillen is een van de doelstellingen van het openbaar onderwijs. Dit betekent ook dat de verschillende vormen en belevingen van seksualiteit aan de orde kunnen komen. Juist in het openbaar onderwijs, waar respect voor elkaar voorop staat, mag aandacht gevraagd worden voor onder meer homoseksualiteit bij meisjes en jongens en bij docenten. Dit zou op school bespreekbaar moeten worden gemaakt.
aandachtspunten
Bron: De schoolgids, handreiking voor ouders. VOO-reeks 38, 1999.
Zeker op een openbare school speelt de pedagogische opdracht een grote rol en dient actief aandacht te worden besteed aan de verschillende normen en waarden. Gelijkwaardigheid, respect voor andersdenkenden en verdraagzaamheid staan op een hoog plan. De school moet leerlingen voorbereiden op het burgerschap in de pluriforme samenleving. In de dagelijkse omgang tussen leerlingen onderling en tussen leerlingen en leerkrachten moet dit tot uiting komen.
aandachtspunten